Fietsles kinderen

Leren fietsen, met vallen en opstaan!

Wat een plezier als je kunt fietsen. Dat geeft kinderen, maar ook ouders, veel vrijheid en nieuwe mogelijkheden.
Maar helaas niet alle kinderen leren vanzelf fietsen. Soms is een kind bang, faalangstig, motorisch niet zo handig of er is een andere reden dat het fietsen niet lukt. Ouders zijn vaak radeloos, ze hebben van alles geprobeerd, maar het lukt niet om hun kind op de fiets krijgen. Een aantal fietslessen zijn vaak voldoende om uw kind te leren fietsen en vooral ook om plezier in het fietsen te krijgen.

Voor kinderen met autisme, het syndroom van down, dyspraxie, stofwisselingsziektes, het smith magenis syndroom of een andere lichamelijke of geestelijke beperking is fietsen niet altijd vanzelfsprekend. Met extra aandacht en gerichte fietsoefeningen kunnen deze kinderen vaak toch leren fietsen. Deze kinderen hebben meer tijd nodig om het fietsen te leren en dus ook meer fietslessen. Het zelf kunnen fietsen betekent heel veel voor deze kinderen. Het geeft vrijheid, zelfvertrouwen en ze doen mee, kunnen net als iedereen fietsen!

Kinderen van ouders die niet in Nederland zijn opgegroeid of kinderen van expats hebben soms ook hulp nodig bij het leren fietsen en het fietsen in het verkeer. Deze kinderen hebben het fietsen vaak niet van jongs af aan meegekregen. Ook de ervaring van het voor- en achterop de fiets zitten missen deze kinderen. Zo krijg je als jong kind onbewust al veel verkeersgedrag en regels mee.

Meer weten?

Een kind is nooit te oud om te leren fietsen, het is altijd het proberen waard.

Hebt u een kind dat niet kan fietsen?
Bel of mail gerust, ik help uw kind graag!

Fietservaringen

Myrthe fietst nu op een gewone fiets

Myrthe is 10 jaar en heeft het syndroom van Down. Ze heeft een mooie fiets met zijwielen, waar ze goed op kan fietsen. Van verkeersregels trekt ze zich niks aan, dus alleen op de weg fietsen is gevaarlijk. Haar ouders, maar Myrthe zelf ook, willen graag dat ze op een gewone fiets leert fietsen, net als haar zusjes. En natuurlijk ook in het verkeer leert fietsen.

We beginnen met het leren fietsen, maar stiekem oefenen we natuurlijk ook al veilig gedrag voor in het verkeer. Na drie fietslessen, met steeds een paar weken ertussen waarin Myrthe zelf flink oefent, kan ze fietsen. Myrthe is verbaasd en blij dat fietsen ineens lukt. Ze geniet en weet van geen stoppen. Nu nog in het verkeer leren fietsen …

Ik zag nog even het filmpje terug dat Myrthe net los kon fietsen, holy shit haha, kun je nagaan wat ze al heeft bereikt in een paar jaar.
Dat was zonder jou echt niet gelukt!
Elleke, moeder

Het fietsavontuur van Arnold

Arnold is bijna 7 jaar en heeft autisme. Hij fietst op een fiets met zijwielen, hangt scheef op de fiets en leunt op één zijwiel, het fietsen gaat daardoor moeilijk. Op een ouder-kindtandem trapt Arnold bijna niet mee, hij zit in dezelfde fietshouding als op zijn eigen fiets. Het is zomervakantie als de ouders van Arnold mij bellen met de vraag of ik hun zoontje kan leren fietsen. We zetten in op drie weken intensief fietsles, drie keer per week. De zijwielen gaan als eerste van de fiets, dat is wel even flink wennen voor Arnold, maar hij vindt het fietsen leuk en het gaat elke keer beter. De fietsles duurt één uur, tussendoor moet er natuurlijk wel even een speeltuintje of andere interessante plek bezocht worden. Na vier lessen fietst Arnold alleen en na nog vier lessen kan hij zo goed fietsen dat hij een fietsdiploma verdiend heeft.

Voortaan gaat de fiets van Arnold mee als de hond uitgelaten wordt in het bos, hij kan dan zelf lekker rondfietsen. Zo gaat het fietsen elke dag beter!
Dan krijgt Arnold een keer in de twee weken fietsles om alle vaardigheden te oefenen die hij nodig heeft om in het verkeer te fietsen. Zoals uitkijken, achterom kijken, met één hand fietsen. Hij fietst naast mij en samen leert hij zo in het verkeer te fietsen. Wat een grote overwinning voor Arnold!

Shakuntala, moeder van Arnold; ‘Na twee lessen met juf Annie wist ik direct dat zij de geschikte persoon was om mijn zoon te leren fietsen. Ze is vasthoudend maar geeft haar instructies wel op een lieve toon en is geduldig van aard. Dat is precies de werkwijze die aanslaat bij mijn zoon met autisme. Inderdaad kon mijn zoontje sneller fietsen dan ik had kunnen dromen. Geweldig goed voor zijn zelfvertrouwen en voor de mijne want ik ben zo trots dat dit project is geslaagd.’

Silke leert in drie dagen fietsen

Silke is 11 jaar en wil leren fietsen.

In de mail vooraf geeft moeder aan dat het fietsen niet lukt; ‘De fiets doet niet ik wil’, zegt Silke gefrustreerd. Ze is vooral erg bang om heel hard te vallen. Silke heeft geen motorische of intellectuele beperkingen.

Silke woont in België. Als het voorjaarsvakantie is Silke komt drie dagen met haar moeder naar Amersfoort. Helaas is het slecht weer, maar gelukkig heeft Silke regenkleding mee en doet de regen haar niks.

De eerste les is spannend, maar Silke pakt de instructie over hoe weg te fietsen, te remmen, bochten te fietsen, enz. snel op. En nog belangrijker ze vindt het leuk! Aan het einde van de eerste les fietst Silke alleen, een mooi begin!

De volgende dag staan er drie fietslessen op het programma. Op een speelse manier oefent Silke de fietsvaardigheden. De tijd tussen de fietslessen werkt heel goed voor het verwerken van het geleerde. Het gaat elke fietsles beter. Silke fietst en remt steeds makkelijker en vooral veiliger. Op de laatste dag zijn er nog twee fietslessen gepland. Naast de fietsoefeningen gaat Silke nu ook op straat fietsen met mij en met haar moeder. Ze is heel trots en blij!

De driedaagse is heel geslaagd. Silke is een voorbeeldige leerling, super gemotiveerd. Zelfs toen het hagelde en ik wilde schuilen, wilde zij fietsen! En nu thuis in België verder fietsen!

Silke; ‘Ik vond de fietslessen super leuk. In het begin vond ik het heel spannend want ik kende de fietsjuf niet en ik wist niet of het wel ging lukken met fietsen… Maar daarna vond ik het niet meer spannend en vooral leuk omdat ik de fietsjuf heel leuk vond en het fietsen nu wel lukte. Ik ben heel blij dat ik nu kan fietsen omdat ik het echt graag wilde leren. Nu kan ik mee doen met fietsuitstapjes en kan ik korte afstanden met de fiets doen.’

Elin fietst naar school

Elin is 11 jaar en heeft het syndroom van Down. Elin kan fietsen maar is onzeker en vindt fietsen heel spannend. Moeder wil graag dat Elin op de fiets naar school gaat, een mooi doel!

In het begin is Elin heel bang en mag ik haar niet loslaten als ze fietst. Maar gelukkig krijgt ze steeds meer zelfvertrouwen, stapje voor stapje durft ze steeds meer. Het eerste fietsdiploma ‘Jippie ik kan fietsen’ is een hele overwinning voor Elin. Ze is heel trots en blij met haar diploma. Dan wordt het moeilijker, we gaan allerlei fietsvaardigheden oefenen, achterom kijken, met een hand fietsen, op straat fietsen. Maar met heel veel liedjes, dansjes en gekkigheid blijft fietsen leuk. We hebben samen veel plezier. In de coronatijd maken we lange fietstochten, dit helpt Elin enorm. Al die kilometers maken haar veel zekerder. Ze geniet van het fietsen, durft steeds meer en fietst zelfs onverhard heuveltjes op en af, roept onderweg ‘Vrijheid’! Wat een topper die Elin!

Na anderhalf jaar fietsles en twee fietsdiploma’s stoppen de fietslessen. Het doel is behaald, inmiddels fietst Elin allang met haar ouders naar school.

Elin: ‘Ik vond de fietslessen heel leuk. Het allerleukste vond ik het diplomafietsen en de tochtjes in het verkeer. Annie is heel grappig en lief. Ik zal haar missen.’

Zie hoe trots deze jongen fietst

Als je in het buitenland bent opgegroeid krijg je het fietsen niet als vanzelfsprekend mee en moet je dus als 9-jarige nog leren fietsen. Onzekerheid en faalangst kunnen het dan een stuk lastiger maken.

‘Ik heb de allerbeste fietsjuf van de hele wereld!’, aldus deze kanjer!

Nadar fietst

Kijk hoe blij Nadar is! Dat is het resultaat van de fietslessen. Net als de andere kinderen uit haar klas kan Nadar (11 jaar) nu ook fietsen. Nadar blij en haar ouders ook!

‘Dankjewel, we zijn trots op haar en bedankt voor alles’, groetjes ouders van Nadar.

Viggo heeft zijn fietsdiploma

Fietsen heeft ook veel met zelfvertrouwen te maken. Viggo, een jongen van 11 jaar met het syndroom van Down, wil altijd een knuffel mee tijdens de fietsles, eerst Witje, later meneer Svenson. De knuffels hebben een duidelijke rol tijdens de fietslessen, Viggo gaat naar de knuffel (loop)fietsen of er onderweg even mee spelen. Dat speelse stimuleert Viggo om te gaan fietsen, net als de bestemming. Hij is dol op luchtalarmpalen, dus op het moment dat Viggo echt gaat fietsen zijn dat mooie bestemmingen, net als de speeltuintjes in de buurt.

Op een dag fietst Viggo vol vertrouwen naast mij, ‘Ik kan het zelf!’ Naar de knuffels taalt hij niet meer. Dit is een mooie moment om voor zijn fietsdiploma te gaan. Hij is heel gemotiveerd en slaagt natuurlijk. De hele wereld mag het weten, dus na afloop snel even de oma’s bellen!

Vader; ‘Mooi dat Viggo lekker in beweging is. het is toch fijn dat je op ons pad gekomen bent, anders denk ik dat Viggo nooit op een gewone fiets had kunnen fietsen.’

Fietsen is een feestje voor Veerle

Sommige kinderen leren niet vanzelf fietsen, terwijl dat qua leeftijd wel zou moeten.
Ondanks alle inspanningen van de ouders lukt het soms niet. Dan kunnen fietslessen een goede oplossing zijn.
Dat geldt zeker ook voor Veerle, een meisje van 6 jaar. De ouders hebben al van alles geprobeerd, een loopfiets, zijwielen, een gewone fiets. Veerle vindt fietsen eng en weigert daarom. De ouders zijn wanhopig en vinden het erg jammer dat Veerle altijd achterop de fiets moet als ze ergens naartoe gaan. Ze willen graag dat Veerle zelf leert fietsen, onder andere naar school, net zoals de klasgenootjes.

Veerle heeft twee fietslessen gehad, vanaf het begin gaat Veerle makkelijk met mij mee naar de oefenplek in de buurt. Spelenderwijs leer ik Veerle fietsen, ze is nieuwgierig naar wat we gaan doen en leert heel snel. We hebben samen plezier, doen leuke fietsspelletjes en zo is fietsen voor Veerle een klein feestje. De tweede fietsles staat Veerle al te popelen om weer te gaan fietsen. Aan het einde van de tweede fietsles fietsen we zelfs al een rondje in de buurt! Wat is die Veerle trots en ik ben dat natuurlijk ook op haar!

‘Veerle fietst zeker vrolijk door! Gisteren zijn we zelfs met de harde wind naar het centrum gefietst! Ze doet het super goed!’, aldus moeder.

Ilse wil elke dag fietsen

Ilse is 8 jaar als haar moeder belt voor fietslessen. Ilse wil heel graag fietsen, maar het lukt niet, ze is daar heel verdrietig om, want al haar vriendinnen kunnen fietsen.

Tijdens de eerste fietsles wordt Ilse steeds vrolijker, het fietsen lukt! Ze pakt de instructie makkelijk op en doet supergoed haar best. Aan het einde van de eerste fietsles fietst Ilse al deels alleen naar huis. Ze heeft de smaak te pakken, zo snel kan het gaan. Ineens is fietsen leuk en wil Ilse elke dag wel fietsen! Trots vertelt Ilse mij de volgende keer dat ze al naar school is gefietst samen met de ouders. Ilse krijgt nog een paar fietslessen om behendiger te worden met de fiets en om in het verkeer te oefenen. Ilse is aan het einde van de fietslessen heel blij met haar fietsdiploma!

De moeder van Ilse: ‘Het blijft toch ongelofelijk wat je in vier lessen bereikt hebt met Ilse. Ze was aanvankelijk zo onzeker en bang om te vallen. We fietsen nu vrijwel elke dag, en met veel plezier. Zodra het weer er lekker genoeg voor is gaan we ook eens een wat langere fietstocht maken. Daar heeft Ilse veel zin in! Nogmaals bedankt!’

De twee broers Barnabas en Laszlo

Barnabas en Laszlo hebben het syndroom van Down en zijn dik 10 jaar als ze beginnen met fietslessen.

Bij Laszlo gaat het leren fietsen best snel, vooral als hij op een kleine fiets zit. Als hij op een grotere, passende fiets fietst is hij heel onzeker, ik moet hem vasthouden, ook het op- en afstappen vindt hij eng. We fietsen heel veel samen in het bos, door de wijk, naar de kinderboerderij. Laszlo krijgt steeds meer zelfvertrouwen en ja hoor na een tijd fietst hij zelfstandig. Wat is hij trots op zichzelf, glunderend kijkt hij om zich heen!

Barnabas heeft in het begin veel weerstand tegen de fiets. We gaan eerst lopen met de fiets, dan loopfietsen, trappen en uiteindelijk alleen fietsen. Het is een lange weg, met veel spelletjes, dansjes, grapjes en theater leert Barnabas fietsen! Wat een overwinning als hij alleen kan fietsen. Dan gaan we samen op straat fietsen. Barnabas wijst de weg, hij weet precies waar hij heen wil en zo oefenen we direct de begrippen links, rechts en rechtdoor.

Dan wordt de wereld voor beide jongens groter en groter. Zij bedenken allerlei plannen waar ze heen willen fietsen, opa en oma in Woudenberg, naar de meester in Baarn. In de zomer worden er dagtochten gemaakt naar Scherpenzeel, om te skelteren en te zwemmen, naar Lunteren naar de speeltuin.

Vader: ‘Annie heeft mijn jongens leren fietsen. Mijn jongens waarvan gezegd werd dat die het nooit zouden leren, ook niet kunnen leren. Annie heeft met eindeloos geduld en doorzettingsvermogen iedereen laten zien dat t wel kan. Momenteel kunnen de jongens zelfstandig naar school op de fiets. In plaats van met ‘het busje’… Annie Tiekstra, mijn held!’

Ervaringen